Dag 21: Je bent wie God zegt dat je bent

Naar welke stem luister je?

We hebben gisteren gezien dat Mefiboseth zichzelf als een dode hond zag, maar dat David hem zag als een koningszoon. ‘I am who you say I am’, is een krachtig liedje van Hillsong. Dit is zo waar! We zijn niet wie we zelf denken dat we zijn, we zijn niet wat mensen van ons vinden of over ons zeggen. We zijn wie God zegt dat we zijn. Een geliefd koningskind. Het is belangrijk dat de stem van de Vader zo luid klinkt in je leven dat het alle andere stemmen doet verstommen. Want ja, die andere stemmen zullen er blijven. Dit zien we ook bij Mefiboseth.

De koning vroeg hem: ‘Is er nog iemand over van de familie van Saul? Die zal ik goed behandelen, zoals God dat voorschrijft.’ Siba antwoordde: ‘Er is nog een zoon van Jonatan, een kreupele.’ 2 Samuel 9:3

Stempels

Was het nodig om Mefiboseth een kreupele te noemen? Nee, kleinzoon van de koning was voldoende geweest. Maar als je eerlijk bent doen wij dit ook zonder dat we er erg in hebben. Siba definieerde Mefiboseth door zijn beperking te noemen. Hij gaf hem zodoende een stempel! Siba betekend standbeeld. Hij was een man van steen met een hart van steen. Hij moest die ‘kreupele’ halen uit Lodebar, maar nu moest hij de ‘kreupele’ ook nog eens gaan dienen in opdracht van David.

Toen Absalom de macht overnam en David moest vluchten, wilde Mefiboseth met David mee vluchten, maar vanwege zijn verlamming kon hij dat niet op eigen kracht want hij had hulp nodig om zich te verplaatsen. Maar die hulp krijgt hij niet, want Siba laat hem achter en vertelt vervolgens aan David dat Mefiboseth niet mee is gegaan omdat hij geloofde dat door Absalom het koningschap van zijn opa weer in ere herstel zou worden. Waarom loog Siba? Ik geloof dat Siba Mefiboseth nooit gediend heeft met heel zijn hart. Dat hij Mefiboseth nooit echt serieus heeft genomen. Dat hij Mefiboseth bleef zien als ‘die kreupele’. Siba zag een kans om zich te ontdoen van Mefiboseth en greep die. David was enorm teleurgesteld met dit bericht van verraad. Absolom en Achitofel hadden hem verraden, maar nu ook Mefiboseth. Na alles wat David voor hem had gedaan?

Uw genade is mij genoeg

David geeft Siba alle bezittingen van Mefiboseth, waardoor Mefiboseth niets meer heeft. Hij is weer die dode kreupele hond uit Lodebar. Absalom wordt verslagen en David keert terug naar Jeruzalem. Mefiboseth hoort van zijn terugkeer en gaat hem al strompelend en kruipend tegemoet en verteld dat Siba hem verraden heeft. Hij vertelt dat hij zijn voeten niet gewassen heeft, geen schone kleren heeft aangetrokken en zijn baard niet verzorgd heeft sinds de koning is gevlucht. Dit was een teken dat Mefiboseth de waarheid sprak. David weet niet zeker wie hij moet geloven, Siba of Mefiboseth. Hij besluit Siba de helft van de bezittingen terug te geven aan Mefiboseth. En wat Mefiboseth dan zegt, doet alle twijfel verdwijnen.

2 sam 19:31 Toen zei Mefiboset tegen de koning: ‘Nu u ongedeerd bent teruggekomen, mijn heer en koning, mag hij wat mij betreft zelfs alles hebben.’

Het gaat Mefiboseth niet om status, macht en bezittingen. Het gaat er niet om wat David allemaal kan doen voor hem. Het gaat Mefiboseth om wie David is. Hij wil alleen maar bij hem zijn en als zijn zoon aan zijn tafel zitten. Dat is genoeg. Zijn genade is hem genoeg. Siba mag alles hebben, want David, u heeft mij mijn waardigheid en identiteit teruggegeven. Siba heeft alles van me afgenomen, maar hij mag het houden. Ik verlaag met niet tot zijn nivo, want ik weet wie ik ben. Ik laat me niet meer definiëren door wat ik heb meegemaakt. Nee, want ik ben geaccepteerd door de Geliefde! David betekent geliefde. En dat is genoeg voor mij! De volgende tekst maakt mooi duidelijk wat er met Mefiboseth gebeurde en wat meteen een mooi beeld is van wat God voor ons gedaan heeft.

Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen aangenomen te worden, door Jezus Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde. Maar God… heeft ons… met Christus levend gemaakt – uit genade bent u zalig geworden – en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus. (Efeze 2:4-6)

Remco de Zwart