Dag 20: God heeft een doel met je leven

Opnieuw boog Mefiboset, en hij zei: ‘Wie ben ik, heer, dat u zich bekommert om een dode hond als ik?’ 2 Samuel 9:8

Hoe zie je jezelf?

Gisteren hebben we gelezen dat Mefiboseth wordt uitgenodigd aan de tafel van de koning. Er is een einde gemaakt aan zijn schaamte en hij is in ere hersteld. Je zou denken, dat laat ik me geen twee keer zeggen en je neemt meteen plaats. Maar nee, Mefiboseth kan het niet ontvangen. Wat hij heeft meegemaakt, zijn beperking en de gevolgen daarvan hebben zijn identiteit bepaalt. Het heeft een impact gehad hoe hij zichzelf is gaan zien. Hij ziet zich zelf als een hond, wat onreine dieren waren voor joden. En dan nog een dode hond ook! Wie wil er nou een dode hond aan tafel? Wie wil er nou een verlamde aan tafel bij de royalties? Wie ben ik dat u zich om mij bekommerd?

Je hebt een doel

Hoeveel mensen zijn er niet die wel leven, maar van binnen dood zijn. Mensen die geen doel in het leven hebben. De wereld zegt; je komt van niets, leeft zonder reden en gaat nergens naar toe. Je bent een dier dat geëvolueerd is over miljoenen jaren. Het doel van het leven is ‘survival of the fittest’. Dus jammer voor jou Mefiboseth. Je bent een kreupel dier dat zonder hulp niet kan overleven. En zo zag Mefiboseth zichzelf ook, ondanks dat de koning duidelijk maakte dat hij hem niet zo zag. Het probleem was dat Mefiboseth wel uit Lodebar was, maar Lodebar was nog niet uit hem. Mefiboseth was geroepen om op een stoel te zitten, niet om als een hond op de grond te liggen. Nee Mefiboseth, je bent geen dier zonder doel. Je bent niet gemaakt om te overleven. Je bent ontworpen en gemaakt door God die je liefheeft en een doel met je leven heeft. Je bent niet gemaakt om je te verbergen en je te schamen, maar je bent gemaakt om als zoon van de koning te heersen. Je bent gemaakt om aan zijn tafel te zitten.

Een nieuwe identiteit

Hier wordt de genade van God zichtbaar. Er is niets wat Mefiboseth heeft gedaan om dit verdienen, het komt door een verbond, waarin David Jonathan heeft beloofd de genade en liefde van God te laten zien aan zijn nakomelingen. Het maakt niet uit dat je verlamd bent, niets kunt doen, niets kunt terug betalen, dat je uit Lodebar komt en wat je achtergrond is. David maakt een eind aan zijn schaamte en hersteld zijn eer.

Ik hoor David al zeggen tegen zijn andere kinderen die aan tafel zitten. ‘Dit is mijn zoon. Dit is jullie broer. Hij hoort hier.’ En dat zelfde zegt God tegen jou: ‘Ook jij hoort er helemaal bij!’ En weet je wat zo mooi is. Als ze aan tafel zitten zie je zijn beperking niet. Dan zijn ze allemaal gelijk. Ze zien hem als persoon, ze horen wat hij zegt en kijken in zijn ogen. De tafel van de koning bedekt zijn schaamte en zijn beperking. Hij krijgt een nieuwe identiteit. God heeft ons aangenomen als zijn kinderen. Daarom willen we een kerk zijn waar altijd een plekje is aan tafel. Ook al kom je er strompelend binnen, heb je een beperking of verslaving. Zo ziet God je, en zo mag Mefiboseth zich zien. Niet meer als een dode hond, maar als levende zoon van de koning.

Remco de Zwart